Het hoekpand Langestraat 29 dateert uit het tweede en derde kwart van de 19e eeuw. Achter de lijstgevel met houten pui gaat een winkelinterieur uit die bouwtijd schuil. Veel Deldenaren hadden tot het begin van de twintigste eeuw naast hun ambacht een klein landbouwbedrijf. Zo ook De Halve Maan, een langgerekt pand met een lijstgevel; in het midden een winkelpui en rechts een inrijpoort. Over de naamgeving bestaat enige onduidelijkheid: volgens de Monumentenlijst heet het pand de Halve Maan terwijl de VVV tekst over de Zon spreekt. Oorspronkelijk bestond het pand uit twee woningen. Het hoofdgebouw werd volgens overlevering rond 1700 bewoond door Jan van Heek, gehuwd met Anna Engels, die er een herberg vestigden, hetgeen ook mocht blijken uit het uithangbord “De Zon”. In 1838 was het pand in gebruik als bakkerij en herberg. In 1853 verbouwde Gerrit Jan Nijland het huis tot  bakkerij en winkel met sociëteitskamer en weefkamer. Toen verdween het bord dat de herberg aanduidde. Na de brand in 1883 is het huis verbouwd tot bakkerij en winkel. Er werd een meel- en graanhandel gevestigd. In 1907 werd aan Arend Jan Nijland vergunning verleend tot het oprichten “ener maalderij en grutterij met aanwending ener elektromotor”. Tot 1965 werd het pand als zodanig ingezet. Het interieur van de maalderij en het interieur van de winkel voor koloniale waren en comestibles alsook de bakkerij zijn tot op heden intact gebleven.