De doopvont van Bentheimer zandsteen stamt uit 1834 en is door de toenmalige heer van Twickel – Carel van Heeckeren – geschonken aan de r.-k. kerk van Delden. De doopvont heeft dus nog gestaan in de in 1786 gebouwde r.-k. kerk, waarvoor in 1873 de huidige r.-k. Blasius in de plaats kwam. In de inventaris van het kerkelijk kunstbezit van de r.-k. Blasius is de doopvont als volgt omschreven: Op een vierkant basement met afgeschuinde hoeken staat een ronde, geprofileerde voet met ronde stam. Op de stam staat de vont met in het midden het opschrift : “GEGEVEN DOOR DEN HEER VAN TWICKEL AAN DE R.-K. VAN DELDEN 1834”. Aan de bovenzijde bevindt zich een houten rand met gebeeldhouwde druiventrossen en wingerd-ranken. Je zou de schenking kunnen zien als een oecumenische geste avant la lettre in een tijd waarin katholieken en protestanten niet of nauwelijks weet hadden van het begrip oecumene en over het algemeen afwijzend tegenover elkaar stonden.