Kelken zijn onderdeel van het liturgisch vaatwerk in de rooms-katholieke kerk. Zij zijn doorgaans gemaakt van edelmetaal en worden in de Mis gebruikt. Kelken zijn al sinds de eerste eeuwen van het Christendom gebruikelijk in de r.-k. eredienst. De kelken 1 en 2 stammen respectievelijk uit het 1e kwart en het midden van de 16e eeuw en kelk 3 uit het begin van de 17e eeuw. Zij zijn niet alleen kunsthistorisch van bijzondere betekenis maar ook in religieus-historisch opzicht. Het zijn mooie voorbeelden van kerkelijke edelsmeedkunst uit de tijd vóór de Reformatie die in kunst historische zin uitvoerig zijn beschreven in de Nederlandse Monumenten van Geschiedenis en Kunst. Het religieus historisch belang blijkt uit de omzwervingen die de kelken hebben gemaakt. Toen de huidige oude Blasiuskerk in het begin van de 17e eeuw overging naar de Reformatie, heeft de toenmalige r.-k. pastoor Joannes Laarhuis  de kelken weggehaald uit de kerk en verborgen. Later is het vaat werk in Deventer ondergebracht bij een katholieke familie om pas weer terug te keren naar Delden in 1786 toen het de katholieken weer vergund was een eigen kerk te bouwen. De omzwerving weerspiegelt de godsdienstige verdeeldheid van de 17e eeuw maar ook de toenemende vrijheid voor de katholieken aan het eind van de 18e eeuw. Het mag toch bijzonder heten dat dezelfde kelken die in de 16e eeuw werden gebruikt in de Oude Blasius van Delden, in de 20e eeuw nog gebruikt zijn in de nieuwe Blasius van Delden.