Het duivelsrooster in Delden is een ijzeren rooster. Het had oorspronkelijk ten doel te voorkomen dat loslopend vee (met name varkens) op het kerkhof kwam. Varkens wroeten, op zoek naar iets eetbaars, graag in de grond en dat vond men begrijpelijkerwijze op kerkhoven minder wenselijk. Als zo’n nieuwsgierige omnivoor toch het kerkhof wilde betreden, zakte hij met zijn poten door het rooster en kwam daarin vast te zitten. Deze roosters kwamen in ons land vanaf de middeleeuwen bijna bij alle kerkhoven voor. Het begraven in en om kerken was in vroeger eeuwen algemeen gebruikelijk en het houden van vee in wat wij nu de bebouwde kom noemen was normaal. Gewoonlijk scharrelden de varkens tussen de huizen door hun kostje bij elkaar.  De roosters werden, gelet op hun doel en functie, ook wel varkensroosters genoemd maar de benaming “duivelsroosters” was veel meer in zwang. Geloof en bijgeloof speelden in het leven van de mensen in de middeleeuwen en nog lang daarna een veel grotere rol dan vandaag en daarin is ook de verklaring van de naam “duivelsrooster” te zoeken. In het volksgeloof liep de duivel op bokkenpoten en men meende dat hij soms de doden van het kerkhof wilde weghalen om hen naar de hel te voeren. Het rooster voorkwam dit kwalijke bedrijf omdat de satan met zijn bokkenpoten tussen de spijlen van het rooster vast kwam te zitten! Vandaar de naam “duivelsrooster”. Aldus werd in de gedachten-wereld van de middeleeuwse mens het nuttige (weghouden van varkens) en het aangename (het weerstreven van de duivel) met elkaar verenigd. In 1829 verbood de overheid het begraven in en om kerken en werden overal begraafplaatsen aangelegd aan de rand van de bebouwing en aan het vrije rondscharrelen van varkens tussen de huizen door kwam een eind. Doel en functie van de roosters verdwenen en daarmee verdwenen ook de roosters zelf bijna overal. Het bijzondere van het  duivelsrooster in Delden is nu juist dat dit rooster nagenoeg het enige is in zijn soort in heel Nederland en in elk geval in Overijssel.