Categorie 2:
Historische boeken / archiefstukken

In het huisarchief van Twickel bevindt zich de fraaie originele koopakte van Pinksteren 1347 (20 mei) waarbij de van oorsprong Westfaalse edelman Herman van Twickelo het huis Eijsink bij Delden koopt van zijn schoonvader de Deldense edelman Berend van Hulscher. Eijsink werd een leen van de heer van Overijssel en die heer was in de middeleeuwen de bisschop van Utrecht. De leenverhouding bleef bestaan totdat het leenstelsel in de Franse
tijd werd opgeheven en de leenman rechtens volle eigenaar werd wat hij feitelijk eigenlijk allang was. De koopakte van 20 mei 1347, waarbij behalve het huis Eijsink ook de Noordmolen werd gekocht, is het startschot geweest van een eeuwenlange ontwikkeling die geresulteerd heeft in het huidige indrukwekkende kasteel en landgoed Twickel. Eeuwenlang is de invloed van Twickel op de ontwikkeling van Stad Delden van overwegende betekenis  geweest. Je kunt rustig zeggen dat Delden in historische zin niet goed denkbaar is zonder Twickel.

De Overijsselsche Gedenkstukken behelzen rechtshistorische beschouwingen over Overijssels recht en Overijsselse geschiedenis vergezeld van bewijsstukken. Het eerste deel verscheen in 1781 en het achtste en laatste deel verscheen in 1797. De beschouwingen zijn ontstaan uit de rechtspraktijk van Jan Willem Racer als advocaat te Oldenzaal waar hij als zodanig werkzaam was sinds 1765. Het historisch belang thans van de gedenkstukken vloeit rechtstreeks voort uit het grote maatschappelijke gewicht dat destijds al gehecht werd aan de politiek – juridische processen die Racer in de gedenkstukken beschrijft. Die processen, gevoerd voor de Staten van Overijssel, gingen met name over de positie van de kleine Twentse steden die allerlei aan hen toebehorende rechten, in de loop van de jaren ingepikt door de Drost, terug wilden krijgen: o.a. het jachtrecht, het recht om te ijken en het benoemingsrecht inzake stadsfunctionarissen. Voorts blijkt uit de gedenkstukken dat Racer juridische ondersteuning verleende aan de welbekende patriot Joan Derk van der Capellen tot den Pol die de gehate drostendiensten wilde afschaffen en daarin uiteindelijk in 1783 slaagde. De afschaffing vond grote en dankbare weerklank in heel Overijssel met name bij de plattelandsbevolking. In de beide kwesties (de positie van de kleine steden en de drostendiensten) is duidelijk de politieke tendens tot democratisering in Overijssel te zien waarin Racer dus een werkzaam aandeel heeft gehad. Goed gedaan dus van een Deldense jongen! Toch?

In 1772 liet graaf Carel George van Wassenaer-Obdam, heer van Twickel, op eigen kosten een vaarweg graven van Delden naar de Regge bij Enter met het doel de afvoer van nijverheids- en landbouwproducten van Twente naar west Nederland te verbeteren en met name te versnellen. Totale kosten destijds: f. 60.000. In hedendaags geld is dat ca € 500.000. Met de zo genoemde Twickelervaart werd vanaf Delden via Regge, Vecht en Zuiderzee één doorgaande vaarroute gerealiseerd naar het westen van Nederland en Friesland. In 1787 liet de graaf in kleur een mooie kaart van de hele Twickelervaart maken door Herman Jan van der Wijck. Op die kaart staan ook het kasteel en de stad Delden. Wie de kaart ziet en een beetje thuis is in de historische cartografie, ziet meteen de gelijkenis met de kaarten uit de zogenaamde Hottinger-atlas. Dat is geen toeval want van der Wijck heeft een werkzaam aandeel gehad in de vervaardiging van de Hottinger-kaarten. In het huisarchief van Twickel is deze stille maar mooie getuige van wellicht de grootste particuliere investering in de economie van het 18e eeuwse Twente nog steeds te zien.

De 19e eeuw was de eeuw waarin de eerste nauwkeurige kaarten van grote gebieden werden gemaakt. Er zijn beroemde oudere kaarten, zoals de  stadskaarten van Jacob van Deventer uit de 16e eeuw of de Hottingerkaart van eind 18e eeuw. Maar de kadastrale kaarten en de eerste topografische kaarten uit het tweede kwart van de 19e eeuw gaven de details nog beter weer. Ook de beheerkaart van Twickel uit 1883 is een nauwkeurige kaart. Hij is getekend door W.J. Bitter, de toenmalige rentmeester van Twickel. Hij geeft in verschillende tinten groen het gebied van Twickel weer en doet denken aan de kaarten die in onze eigen tijd van het land goed worden uitgegeven. We vinden er de namen van de boerderijen op, de veldnamen, die we nu nog vaak  in straten tegenkomen. We zien met kruisjes bruggen en duikers aangegeven, de molens staan er op: Eschmolen, Veldmolen, Noordmolen, Zaagmolen en de Oldemeule. Ook gemeentegrenzen en Markengrenzen. Ook al is de kaart in 1883 vervaardigd, de nieuwste veranderingen in het landschap zijn er niet op aangegeven. Zo ontbreken de R.K. kerk van Delden en sommige huizen die toen al gebouwd waren. De spoorlijn is ook nog een ruw tracé. De basis is dus een oudere topografische kaart. Het blijft in elk geval een mooie overzichtskaart van het landgoed van 135 jaar geleden.

Willem Jacob Bitter werkte vanaf 1874 als jongste medewerker op de rentmeesterij van Twickel. In 1882 werd hij benoemd tot rentmeester van Twickel. Hij heeft verschillende, veel gebruikte kaarten van Twickel getekend. In de kaartencollectie van het huisarchief bevindt zich de Percelenkaart van de landerijen en bossen rond de kasteelboerderij, door hem getekend in 1874. Afmetingen 81 x 64 cm. De schaal is niet aangegeven, maar ligt rond de 1 : 2000. Met legenda van de namen van de percelen en hun afmetingen in bunders, roeden en ellen. Op de kaart is nog veel herkenbaar, zoals een aantal  gebouwen, de loop van paden, beken en Twickelervaart. De kasteelboerderij was in 1787 gebouwd als melk veehouderij naar Fries model. Het woorddeel “maat” in de legenda verwijst naar weidegrond. Ulk is een Twentse naam voor bunzing. De naam Ossenweide komt nog voor in een van de tunneltjes onder de rondweg. Maar de Bothof ligt langs de Twickelerlaan, terwijl de Kattenbothof, die wij nu nog in Delden kennen, daar weer een eind vandaan ligt.

In november 1980 kwam er een publicatie, die op de Nederlandse muziek wereld grote indruk maakte. In de bibliotheek van Twickel was een muzikaal manuscript ontdekt van de hand van graaf Unico Wilhelm van Wassenaer Obdam (1692 – 1766). Het bleken de zes Concerti Armonici te zijn, die in 1740 in Den Haag in druk waren uitgegeven en opgedragen aan graaf Willem Bentinck van Rhoon. Er was slechts vermeld dat de muziek van een “illustere hand” was, dus van een aanzienlijk persoon. Op het moment van de bekendmaking in 1980 door muziekhistoricus professor Dunning waren de grammofoonplaten met de Concerti Armonici al geperst en voorzien van een label, waarop de befaamde Italiaanse componist Giovanni Battista Pergolesi  (1710 – 1736) vermeld stond als de samensteller van deze concerti. De platen zijn toen voorzien van een nieuwe doos met toelichting en als werken van  Unico van Wassenaer op de markt gekomen. In 2016 zijn alle composities van zijn hand nog eens op CD gezet en met een prachtig boek over deze  staatsman, componist, landgoedeigenaar uitgegeven. Inmiddels waren er elders – onder andere in Rostock – meer werken van Unico ontdekt, drie fluit so nates en een Laudate Dominum. Zelf beschouwde de graaf het vijfde concerto als het beste: “in alle opzichten boven alle andere”.

U kunt hier luisteren naar het 4e nummer van het 5e concert.

Naast zijn betekenis als componist heeft Unico van Wassenaer Obdam een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van het landgoed. Zijn instructies  voor de rentmeester waren eveneens instructies voor de pachters. Hij zag het belang van onderwijs en wilde dat de rentmeester erop toezag dat kinderen van pachters naar school gingen. Bruiloft en en begrafenissen mochten geen drinkgelagen worden. Hij verordonneerde verder dat de daken van de boerderijen geen houten topgevels mochten hebben, maar afgeschuind moesten worden, waardoor we nu nog bij de Twickelboerderijen meestal  wolfsdaken zien. De huizen mochten ook niet meer op hout gefundeerd worden, maar op Bentheimer zandsteen. Boeren moesten voldoende eiken op hun erf planten om het  landgoed in de toekomst over het nodige hout te laten beschikken. Jaarlijks wel 25 à 50 bomen. Ook die invloed zien we nog steeds.